Lezingen per afdeling:
Amersfoort | Amsterdam | Apeldoorn | Den Bosch | Dordrecht | Groningen/Friesland | Haarlem | Leiden/Den Haag | Leuven | Maastricht | Rotterdam | Twente | Utrecht| Zutphen/Deventer/Arnhem
Prof. dr. Laurent Colonna d’Istria
Faculty of Philosophy and Letters, Department of Antiquity Sciences (Assyriology, Ancient Worlds) at the University of Liège
This lecture will present some reflections on the cuneiform texts from Mari dating to the end of the Šakkanakku period, in the nineteenth century BCE. It will focus on this still partly unpublished corpus, especially its scribal traditions and some of its linguistic features. These texts reflect a local writing tradition that disappeared after a major “reform of writing” under Yaḫdun-Lîm, the first Amorite king of Mari. This reform introduced scribal practices from Central Mesopotamia.
The lecture will also discuss what these texts can tell us about the end of the Šakkanakku period and the transition to the first Amorite dynasty at Mari.
Finally, the lecture will introduce the Department of Assyriology and Archaeology of Ancient Western Asia at the University of Liège, its teaching activities, and its main research projects.
De lezing zal worden aangeboden via MS Teams. Wanneer u een link wilt ontvangen stuur dan een mailtje naar eol.afdeling.maastricht@gmail.com
In de oudheid waren in het Middellandse Zeegebied en het oude Midden-Oosten diverse schriftsystemen in gebruik, waarvan de meeste inmiddels ontcijferd zijn. Tijdens de vijfde editie van de Week van het oude schrift (21 t/m 26 september 2026) staat de rijke schrifttraditie uit deze regio’s centraal. Specialisten geven zes lezingen over bekende, maar ook minder bekende schriften en de talen waarin ze werden gebruikt. Naast gevestigde experts van de Universiteit Leiden krijgen dit jaar ook opkomende oude schrift-talenten een podium.
- data: maandag 21 t/m zaterdag 26 september 2026
- tijd: 17.00 – 18.00 uur
- locatie: Tempelzaal, Rijksmuseum van Oudheden (geen livestream-uitzendingen)
- entree: gratis (aanmelden verplicht)
De Week van het oude schrift wordt georganiseerd door het Rijksmuseum van Oudheden en het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten.
Voor meer informatie over de lezingen en het aanmelden kunt u hier vinden: informatie lezingen.
Dr. Karel C. Innemée
Gastonderzoeker Universiteit van Warschau
Kleding is een vorm van non-verbale communicatie. Door wat we dragen laten we als individu zien wie we zijn, maar de autoriteiten in de samenleving tonen door middel van kleding ook hoe een hiërarchie in elkaar zit: uniformen kan men ‘lezen’ en laten zien wat een gezagsdrager mag en wat niet en namens wie. Na de bekering tot het christendom van de Nubische koninkrijken (6e eeuw) werd hier ceremoniële kleding voor het koninklijk hof en de clerus geïntroduceerd die sterk geïnspireerd was op de Byzantijnse kleding. Ook deze kleding is een afspiegeling van de machtsverhoudingen in de maatschappij en laat zien hoe Kerk en staat in christelijk Nubië zich tot elkaar verhielden. De lezing is een samenvatting van de onderzoeksresultaten van een project aan de Universiteit van Warschau.
Dr. Nico Staring
Docent Egyptische archeologie aan de Universiteit Leiden, en wetenschappelijk medewerker van het Rijksmuseum van Oudheden, Leiden
De Egyptische koningen van het Nieuwe Rijk onderhielden intensief contact met heersers en vazallen elders in het Midden Oosten. De zogenaamde Amarna-brieven uit de 14e eeuw v.Chr. geven ons een bijzonder gedetailleerd beeld van de diplomatie contacten. De brieven van en naar Egypte werden geschreven in het Akkadisch (Babylonisch), de lingua franca van de interculturele correspondentie tijdens de Late Bronstijd. Die brieven noemen ook de koninklijke boodschappers die naar verschillende paleizen worden gestuurd – vaak samen met kostbare geschenken. In een enkel geval wordt genoemd dat die boodschappers vergezeld werden door een tolk – een beroep waarover we relatief weinig weten. Een grafreliëf in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden toont de unieke scène van een tolk aan het hof van Toetanchamon. Een recente ontdekking in de begraafplaats Sakkara bij het oude Memphis werpt mogelijk nieuw licht op het onderwerp. Een opgraving van de Egyptische oudheidkundige dienst stuitte er op de grafkapel van een ambtenaar uit de tijd van Toetanchamon. De grafeigenaar met de niet-Egyptische naam Pakana was een “tolk van de taal van Sangar (= Babylonië)”. Wat betekent deze volstrekt unieke titel? En wat kunnen we zeggen over de culturele achtergrond van Pakana? Deze lezing presenteert de archeologische vondst en bespreekt de rol van tolk aan het Egyptische hof en in de interculturele diplomatie.
Dr. Jaap van Dijk
Voormalig Universitair Docent Egyptologie Rijksuniversiteit Groningen
In Egypte werden met name in het Nieuwe Rijk verscheidene goden en godinnen vereerd die waren ‘geïmporteerd’ uit het Nabije Oosten, vooral uit het aan Egypte grenzende gebied langs de oostkust van de Middellandse Zee. Behalve voor goden als Baäl en Resjef en godinnen als Anat en Astarte gold dat ook voor de minder bekende god Hauron (of Horon), die in Egypte werd verbonden met Horus en via hem merkwaardig genoeg met de Grote Sfinx bij de piramiden van Giza. In de lezing passeren zowel de Voor-Aziatische als de Egyptische bronnen de revue om een beeld te schetsen van de plaats van deze godheid in de religies van zijn land van herkomst en van Egypte. Met PowerPoint.
Ben van den Bercken, MA
Medewerker Bijzondere collecties Universiteit van Amsterdam
De archeologische collectie Egypte en Soedan van het Allard Pierson omvat een groot aantal objecten afkomstig van de Egyptoloog-verzamelaar Friedrich Wilhelm von Bissing (1873-1956). Tussen 2019 en 2023 deed het Allard Pierson samen met partners onderzoek naar von Bissing, zijn collectie, en zijn netwerk. Het resultaat is een bundel met bijdragen van auteurs over deze aspecten en een gedeeltelijke reconstructie van de collectie in zijn waarschijnlijk grootste omvang (ten tijde van zijn verblijf in het Museum Carnegielaan 12 in Den Haag tussen 1922 en 1926). In deze lezing komt niet alleen von Bissing’s biografie in vogelvlucht voorbij, maar kijken we ook naar de collectie en de rol die von Bissing speelde in het verwerven en distribueren van archeologische voorwerpen eind 19de en begin 20ste eeuw.
Prof.dr. R.J. (Bert) van der Spek
Emeritus hoogleraar oude geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam
De examenschrijver van het vak Grieks (VWO) is dit jaar Herodotus. Een belangrijk deel van de te lezen literatuur gaat over het rijk Lydië (hoofdstad Sardes in westelijk Klein-Azië). We lezen eerst in Herodotus I 7-13 hoe Gyges na een erotisch avontuur de macht in Lydië weet over te nemen van koning Candaules (c. 687 v. C.). We lezen daarna wat de Assyrische koning Assurbanipal over hem te vertellen heeft. Vervolgens gaan we zien hoe Gyges’ achter-achterkleinzoon, de legendarisch rijke koning Croesus, aan zijn eind komt (of niet?) op de brandstapel, nadat Cyrus, de stichter van het Perzische Rijk Lydië heeft veroverd (Hdt I 46-55 en 71-92). We hebben ook een dichterlijke, nogal afwijkende beschrijving, van Baccylides van Croesus’ lot uit 468 v. Chr., dus zo’n 40 jaar eerder dan Herodotus zijn Historiën schreef. Verder is er een vaasschildering met de brandstapelscène uit c. 490 v. Chr. Uit Babylonië kennen we de zogenaamde Naboniduskroniek, die de verovering van Sardes door Cyrus hoogstwaarschijnlijk ook beschrijft. Wat is de historische achtergrond van Herodotus’ vaak fantastische verhalen?
In samenwerking met het NKV.
Angelique Notermans
Docente Griekse en Latijnse Taal en Cultuur
De villa del Casale staat terecht op de Werelderfgoedlijst, zowel vanwege de uitzonderlijke conserveringstoestand als de grote hoeveelheid fraaie vloermozaïeken. De villa is daarom een heel geschikt voorbeeld voor de bestudering van de wooncultuur van een rijke Romein. Welke vertrekken kunnen we onderscheiden en welke functies hadden ze? Welke groepen mensen bezochten de villa en wie had waar toegang? Welk verhaal vertellen ons de prachtige mozaïeken? Wat was hun functie, hoe zijn gemaakt? De lezing biedt een andere blik op Romeinse huizen.
In samenwerking met het NKV.
Lauren van Kruijssen, MA
Afgestudeerd Egyptoloog
In het Oude Egypte wordt regelmatig inspiratie gehaald uit het verleden. Wanneer bewust teruggegrepen wordt op elementen die inmiddels in onbruik geraakt zijn, wordt dit archaïsme genoemd. Hoewel dit gedurende de gehele faraonische geschiedenis voorkomt, wordt archaïsme bijzonder populair vanaf de Derde Tussenperiode en bereikt het een hoogtepunt in de Late Tijd (664 – 332 v.Chr.). Archaïsme is terug te vinden in verschillende aspecten van de samenleving, zoals de literatuur, titulatuur en architectuur van deze periode. Vooral de monumentale tombes uit de 25e en 26e dynastie in de Thebaanse necropolis bieden veel inzicht in het gebruik van archaïserende decoratie. In deze lezing zullen verschillende aspecten van het archaïsme van de Late Tijd aan bod komen, van standbeelden tot aan de decoratie van de monumentale Thebaanse tombes. Ook zal er stil gestaan worden bij een onderbelicht onderwerp in het onderzoek naar het archaïsme van de Late Tijd: de tempels uit deze periode. Hoewel het overgebleven materiaal van de Late Tijdse tempels zeer beperkt is, kunnen we er toch veel van leren, waardoor we beter begrijpen welke rol het verleden had in de decoratie van tempels.
Petra Hogenboom MA
Assistent-conservator Egypte Rijksmuseum van Oudheden Leiden & Promovenda Universiteit Leiden
De cultus van de god Amon in Thebe was een belangrijk centrum van invloed. Gedurende het 1e millennium voor Christus was één vrouw de echtgenote van de god op aarde. Daarmee had zij niet alleen een belangrijke religieuze functie, maar had ook een invloedrijke politieke positie. Tijdens deze lezing verkennen we de levens van een aantal Godsvrouwen en hun rol binnen de geschiedenis van het oude Egypte.
Nathalie Mantel
Kunsthistorica
In samenwerking met het NKV.
Dr. Cees Stavleu
Onderzoeker Oude Testament/Palestijnse archeologie en gepensioneerd docent Oude Testament aan de Christelijke Hogeschool Ede
Waarom verbiedt de Bijbel het eten van varkensvlees en van andere diersoorten? Is het werkelijk een kwestie van gezondheid, zoals vaak wordt beweerd, of ligt de oorsprong van deze voedselwetten elders? Tijdens deze lezing verdiepen we ons in de wereld van het oude Nabije Oosten, waar religieuze voorschriften, dagelijkse eetgewoonten en culturele identiteit nauw met elkaar verweven waren. Aan de hand van een zorgvuldige lezing van Bijbelse teksten onderzoeken we welke argumenten er wel of niet worden gegeven.
Maar teksten alleen vertellen niet het hele verhaal. Daarom kijken we ook naar gegevens uit de archeologie. Wat onthullen dierlijke botresten over het menu van vroegere samenlevingen? En in hoeverre sluiten de Bijbelse voedselwetten aan bij deze praktijk, of wijken ze er juist van af? Deze lezing biedt een combinatie van tekststudie en archeozoölogie, en werpt licht op een eeuwenoud voorschrift dat tot op de dag van vandaag vragen oproept.
Drs. Nolke Tasma
Promovendus Aramese epigrafie, Universiteit Leiden
Op de sokkel van een standbeeld uit Hatra, een stad in het grensgebied tussen het Romeinse en het Parthische Rijk, staat de volgende tekst: ‘Het standbeeld van Abu, dat Asha haar man voor haar heeft opgericht. Ze stierf toen ze 18 jaar oud was. De vloek van Maran, Martan, Barmaren, Baʕalšmen en Atarate is op degene die haar vermoordde en zich verheugde’. Dit moordmysterie is het onderwerp van deze lezing: wat kunnen we achterhalen over de omstandigheden van deze moord? En wie zijn al deze goden die worden aangeroepen om de moordenaar te vervloeken? Aan de hand van dit mysterie ontdekken we ook meer over de godsdienst en het wereldbeeld van de mensen uit het Hatra van de 3e eeuw na Christus.
Dr. Diederik Burgersdijk
Universitair docent Klassieke Letteren en Oude Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht
Spreker belicht hoe de stad Rome is ontstaan en gegroeid, en wat daarvan nu nog in het straatbeeld te zien is. Het gaat daarbij over de antieke infrastructuur van wegen, bruggen en aquaducten, de middeleeuwse pelgrimsroutes en de wegen.
De erfenis van Rome bestaat uit materiële overblijfselen, maar even belangrijk is de betekenis die aan de overgeleverde objecten gehecht werd. Door het samenspel van die elementen is er ooit een ‘idee’ van Rome ontstaan: de hoofdstad van een wereldrijk, en voorbeeld voor andere steden en staatsvormen én een schitterend gelegen stad die bruist van het leven een uitblinkt door schoonheid.
In samenwerking met het NKV en Dante.
Dr. Melanie Gross
Docent Assyriologie, Vrije Universiteit Amsterdam
In deze lezing zullen wij ingaan op de strategieën van het Nieuw-Assyrische Rijk in de omgang met de huizen van heersende families die tijdens de territoriale expansie en veroveringen waren verslagen. De liquidatie of op zijn minst verzwakking van buitenlandse dynastieën stond hierbij centraal. Deze werd vooral bereikt door de moord op sleutelfiguren of hun deportatie, die wellicht gepaard ging met het vasthouden van politieke gijzelaars aan het Assyrische hof. Op basis van een uitgebreide verzameling van rapporten in koninklijke inscripties zullen wij het lot bespreken van verslagen koningen en hun huishoudens, en van andere heersers, zoals die van de Arabische stammen. Hierbij zal ook ingegaan worden op het propagandistische karakter van de inscripties en hun formuletaal en of wij ook iets kunnen toevoegen vanuit het perspectief van deze tegenstanders van Assyrië zelf.
Dr. Jeroen Verrijssen
Postdoc aan de Universiteit Gent
De Joodse traditie om wekelijks – naast de Hebreeuwse tekst – ook de Aramese vertaling (targum) luidop te lezen begon ergens in de eerste eeuwen vóór en na Christus. Dit verminderde echter doorheen de eeuwen samen met het verval van het Aramees als spreektaal voor de Joden. Tegen de middeleeuwen vinden we alleen nog maar overblijfselen van deze traditie voor slechts twee belangrijke feestdagen: de zevende dag van Pesach waarop de doortocht door de Rode Zee wordt gevierd; en de eerste dag van Shavuot, waarop de ontvangst van de tien geboden wordt gevierd. In het Middeleeuwse Europa was het de gewoonte om de Aramese vertaling aan te vullen met gedichten en uitbreidingen. Deze aanvullingen waren óók in het Aramees – wat opmerkelijk is aangezien deze taal nog amper gesproken werd. Deze lezing zoomt in op het verhaal van Mozes en Farao (Ex. 13–15), in het bijzonder op een selectie gedichten en proza-uitbreidingen op het verhaal van de doortocht door de Rode Zee. In deze teksten zullen we samen ontdekken hoe creatief (vroeg-)Middeleeuwse Joden omgaan met hun Heilige Schrift en de Aramese taal, maar ook hoe ‘boze’ figuren zoals Farao worden gerepresenteerd.
Dr. Melanie Groß
Docent Assyriologie, Vrije Universiteit Amsterdam
In deze lezing wordt een beeld geschetst van het Nieuw-Assyrische koninklijk hof, zoals dat uit de beschikbare spijkerschriftbronnen naar voren komt. Het gaat in op zowel de taken als de levens- en arbeidsomstandigheden van het personeel van het koninklijk huishouden. Welke soorten ambtenaren, vakmensen en andere medewerkers waren actief binnen of namens het koninklijk huishouden? Wat waren hun taken, en wat was hun positie binnen het koninklijk huishouden en ten opzichte van de koning en zijn familie? Welke afdelingen waren er, en wie waren de leidinggevenden? Wat was de rol van het lager geplaatste personeel binnen dit systeem? De presentatie gaat ook in op de sociale en culturele achtergrond van het personeel, voor zover deze aan hand van de bronnen gereconstrueerd kan worden. Omdat het persoonlijk huishouden van de koning tegelijkertijd ook het administratief en politiek centrum van het rijk was, zal deze lezing niet alleen een idee geven van de directe omgeving van de koning en zijn familie, maar ook van het regeringsapparaat van het rijk als geheel.
Dr. Karel C. Innemée
Gastonderzoeker Universiteit van Warschau
Het klooster van de Syriërs (Deir al-Surian) in de Egyptische Wadi al-Natrun is één van de oudste kloosters met een ononderbroken bewoningsgeschiedenis. Tussen de 9e en de 16e eeuw werd het klooster bewoond door een gemengde Koptisch-Syrische gemeenschap en die cohabitatie heeft opmerkelijke resultaten opgeleverd: een bibliotheek met één van de grootste collecties Syrische manuscripten en een kerkgebouw met wandschilderingen die qua iconografie en stijl uniek te noemen zijn. In deze lezing wordt de culturele wisselwerking die in dit klooster plaatsvond uiteengezet aan de hand van een virtuele rondgang door de kloosterkerk van de Heilige Maagd.
Pr.Dr. Mogens Trolle Larsen
Associate Professor Emeritus van Assyriology bij University van Copenhagen.
Dr. Jörn Soerink
Docent Latijnse taal- en letterkunde, Universiteit Leiden.
Cicero en zijn collega’s werden geacht uit het hoofd te spreken. Cicero schreef uitgebreid over het belang van de memoria als een van de vijf basispijlers van de welsprekendheid. Een Romeinse redenaar moest niet alleen een schitterende speech schrijven, hij moest zijn tekst ook memoriseren. Een vast onderdeel van het retorisch onderwijs vormde dan ook de ars memorativa, een techniek die ook hedendaagse “geheugenatleten” met succes toepassen. Aan de hand van passages uit het werk van onder meer Cicero en Quintilianus wordt deze techniek toegelicht en kritisch tegen het licht gehouden. Uiteraard met een geheugenexperiment!
In samenwerking met het NKV.
