TU Utrecht
Plompetorengracht 3
Bavinckzaal (begane grond)
Dr. Jeroen Verrijssen
Postdoc aan de Universiteit Gent
De Joodse traditie om wekelijks – naast de Hebreeuwse tekst – ook de Aramese vertaling (targum) luidop te lezen begon ergens in de eerste eeuwen vóór en na Christus. Dit verminderde echter doorheen de eeuwen samen met het verval van het Aramees als spreektaal voor de Joden. Tegen de middeleeuwen vinden we alleen nog maar overblijfselen van deze traditie voor slechts twee belangrijke feestdagen: de zevende dag van Pesach waarop de doortocht door de Rode Zee wordt gevierd; en de eerste dag van Shavuot, waarop de ontvangst van de tien geboden wordt gevierd. In het Middeleeuwse Europa was het de gewoonte om de Aramese vertaling aan te vullen met gedichten en uitbreidingen. Deze aanvullingen waren óók in het Aramees – wat opmerkelijk is aangezien deze taal nog amper gesproken werd. Deze lezing zoomt in op het verhaal van Mozes en Farao (Ex. 13–15), in het bijzonder op een selectie gedichten en proza-uitbreidingen op het verhaal van de doortocht door de Rode Zee. In deze teksten zullen we samen ontdekken hoe creatief (vroeg-)Middeleeuwse Joden omgaan met hun Heilige Schrift en de Aramese taal, maar ook hoe ‘boze’ figuren zoals Farao worden gerepresenteerd.
