Remonstrantse Kerk
Cornelis de Wittstraat 28
Dr. Nico Staring
Docent Egyptische archeologie, Universiteit Leiden, wetenschappelijk medewerker, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden
De Egyptische koningen van het Nieuwe Rijk onderhielden intensief contact met heersers en vazallen elders in het Midden Oosten. De zogenaamde Amarna-brieven uit de 14e eeuw v.Chr. geven ons een bijzonder gedetailleerd beeld van de diplomatie contacten. De brieven van en naar Egypte werden geschreven in het Akkadisch (Babylonisch), de lingua franca van de interculturele correspondentie tijdens de Late Bronstijd. Die brieven noemen ook de koninklijke boodschappers die naar verschillende paleizen worden gestuurd – vaak samen met kostbare geschenken. In een enkel geval wordt genoemd dat die boodschappers vergezeld werden door een tolk – een beroep waarover we relatief weinig weten. Een grafreliëf in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden toont de unieke scène van een tolk aan het hof van Toetanchamon. Een recente ontdekking in de begraafplaats Sakkara bij het oude Memphis werpt mogelijk nieuw licht op het onderwerp. Een opgraving van de Egyptische oudheidkundige dienst stuitte er op de grafkapel van een ambtenaar uit de tijd van Toetanchamon. De grafeigenaar met de niet-Egyptische naam Pakana was een “tolk van de taal van Sangar (= Babylonië)”. Wat betekent deze volstrekt unieke titel? En wat kunnen we zeggen over de culturele achtergrond van Pakana? Deze lezing presenteert de archeologische vondst en bespreekt de rol van tolk aan het Egyptische hof en in de interculturele diplomatie.
