‘Waar een wiel is, is een weg’: De ontwikkeling van het wegen- en stratennet in Mesopotamië

Wanneer:
20 november 2017 @ 20:00
2017-11-20T20:00:00+01:00
2017-11-20T20:15:00+01:00
Waar:
Leiden
Lipsius-gebouw
zaal 307

Dr. Cornelis van Tilburg (Wetenschappelijk onderzoeker Griekse en Latijnse Talen en Culturen, Universiteit Leiden)

Sinds de uitvinding van het wiel – volgens de algemene opvattingen rond 4000 v.Chr. uitgevonden door de Soemeriërs – hebben reizigers en vervoerders de behoefte gehad aan gebaande en zo mogelijk verharde wegen. De alleroudste sporen die lijken te wijzen op een verharde weg, dateren mogelijk zelfs nog van vóór 4000. In Oeroek (‘Uruk V-periode’), vanaf ± 3500 v.Chr. een stad van enige omvang, speelde het wiel een rol in een stedelijke economie en vanaf ± 2500 v.Chr. worden wegen en straten gemeengoed in steden als Oer (‘Ur I-periode) en Babylon; in Oer waren al mensen actief die wegen onderhielden. Welke mijlpalen werden vervolgens genomen om uiteindelijk te komen tot de Koninklijke Weg van Perzië, met zijn lengte van 2500 kilometer op dat moment de langste weg ter wereld?